Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief 2026 – 02

04 maart 2026

1 Kantoornieuws

Op uitnodiging van de VUB geeft mr. Ludo Vermeulen op 23 maart 2026 te Brussel een expertcollege over “Grondrechten van de werkgever (en werknemer) en de sociale inspectie”. 

Op 25 maart 2026 organiseert Mploy samen met Conneqtr een expert panel webinar: “2026 op de werf: vlot, veilig en inspectieklaar met focus op de Vlaamse Zorgvuldigheidsplicht.” Mr. Steven Renette en Martijn Ronnen zijn de experten van dienst. 

2 Wetgeving – Exclusiviteitsbedingen in arbeidsovereenkomsten: onverwachte en ongewenste neveneffecten

  1. Waarover gaat het?
    In arbeidsovereenkomsten worden geregeld clausules als de volgende opgenomen:“De Werknemer verbindt zich ertoe al zijn werkuren en professionele vaardigheden te wijden aan de uitvoering van zijn functie. Het is hem verboden om zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de onderneming, enige functie of tewerkstelling, hetzij als werknemer of als zelfstandige uit te oefenen, ongeacht of die bezoldigd is, en dit gedurende de hele duur van deze overeenkomst”.Dergelijke bedingen worden exclusiviteitsbedingen genoemd.
  2. Geldigheid
    Er bestond betwisting of dergelijke bedingen geldig waren. De wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden d.d. 7 oktober 2022 wilde – in uitvoering van Europees recht – komaf maken met die betwistingen. Artikel 20 van die wet bepaalt:“De werkgever kan zijn werknemer niet verbieden om buiten zijn werkrooster te werken voor een of meerdere andere werkgevers of hem om die reden te onderwerpen aan een nadelige behandeling, behalve indien dit wettelijk is toegelaten.” Deze bepaling is de omzetting van art. 9 van de EU-Richtlijn d.d. 20 juni 2019, dat zegt:“1. De lidstaten zorgen ervoor dat de werkgever de werknemer niet verbiedt, buiten het werkrooster bij die werkgever, voor andere werkgevers te gaan werken en dat de werkgever de werknemer daarvoor geen nadelige behandeling doet ondergaan.2. De lidstaten kunnen voorwaarden vastleggen voor het gebruik van onverenigbaarheidsbeperkingen door werkgevers, om objectieve redenen, zoals gezondheid en veiligheid, de bescherming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie, de integriteit van overheidsdiensten of het vermijden van belangenconflicten.”De Richtlijn legt de lidstaten ook op om de nodige regels uit te vaardigen ter bescherming van werknemers tegen nadelige gevolgen of ontslag wanneer zij inbreuken op de wet aankaarten.Werknemers hebben dus in principe het recht om gelijktijdig voor verschillende werkgevers te werken.

    De werknemer is evenwel toch niet volledig vrij is om voor om het even welke andere werkgever te gaan werken: uiteraard mag de werknemer geen concurrerende activiteiten of daden van oneerlijke concurrentie verrichten, en mag hij bij die tweede job geen gebruik maken van bedrijfsgeheimen of geheimen waarvan kennisgenomen is in de uitoefening van de eerste functie.

  3. En wat met een meldingsplicht?
    De wet verhindert niet dat in de arbeidsovereenkomst wordt opgenomen dat de werknemer de bijkomende activiteiten aan de werkgever moet melden.
  4. Bescherming tegen nadelige behandeling of gevolgen
    Artikel 31 van de wet bevat de volgende regels.Wanneer een werknemer tegen zijn werkgever een klacht indient wegens een schending van de rechten die hij put uit de Richtlijn en de wet, mag de werkgever geen nadelige maatregel treffen ten aanzien van deze werknemer of zijn vertegenwoordigers in de onderneming, behalve om redenen die vreemd zijn aan de klacht. (…)Een klacht is:

    • een met redenen omklede klacht ingediend door de werknemer bij de onderneming of dienst die hem tewerkstelt;
    • een klacht van de werknemer bij de bevoegde inspectiediensten;
    • een rechtsvordering ingesteld door de werknemer.

    Wanneer de nadelige maatregel met het verbod in strijd is, moet de werkgever een schadevergoeding betalen die gelijk is hetzij aan een forfaitaire schadevergoeding van zes maanden brutoloon, hetzij aan de werkelijk geleden schade.

    Wanneer de werkgever een nadelige maatregel treft ten aanzien van de betrokken werknemer of zijn vertegenwoordigers in de onderneming binnen twaalf maanden na het indienen van de klacht, valt de bewijslast dat de nadelige maatregel werd getroffen om redenen die vreemd zijn aan de klacht, ten laste van de werkgever tegen wie de klacht is ingediend.

  5. Bescherming tegen ontslag
    “Behalve om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening van de rechten die voortvloeien uit deze wet, mag een werkgever een werknemer die gebruik maakt van deze rechten niet ontslaan noch mag hij enige voorbereiding voor dit ontslag treffen.Op verzoek van de werknemer stelt de werkgever hem schriftelijk in kennis van de redenen van het ontslag. De werkgever dient te bewijzen dat het ontslag vreemd is aan de uitoefening van de rechten die voortvloeien uit deze wet.
    Zo de ingeroepen reden tot staving van het ontslag niet beantwoordt aan het bepaalde in het eerste lid of bij ontstentenis van reden, betaalt de werkgever aan de werknemer een forfaitaire vergoeding welke gelijk is aan het brutoloon voor zes maanden, onverminderd de vergoedingen aan de werknemer verschuldigd in geval van verbreking van de arbeidsovereenkomst.
    Deze vergoeding mag niet worden samen genoten met andere vergoedingen die zijn bepaald in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag.”
  6. Strafsancties
    Het hogergenoemde artikel 20 staat in Hoofdstuk III van de wet.Artikel 33 van de wet bepaalt dat de inbreuken op de bepalingen van hoofdstuk III en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.Artikel 174/1 Soc. Sw. voorziet een sanctie van niveau 2 voor de werkgever die aan zijn werknemer verbiedt om, behoudens de wettelijk voorziene gevallen, buiten zijn werkrooster te werken voor één of meerdere andere werkgevers of hem om die reden onderwerpt aan een nadelige behandeling.
  7. Vragen – bedenkingen

    • Wanneer is de werkgever strafbaar?

      Volstaat het dat er in de arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement een verbodsbepaling staat, of moet het gaan om de situatie dat de werkgever die verbodsbepaling ook effectief inroept en afdwingt in een concrete situatie?
      Het komt mij voor dat het loutere bestaan van een verbodsbepaling volstaat om te concluderen tot een inbreuk. Artikel 174/1 SSW bepaalt dat het verbod strafbaar is.
    • Geldt het verbod ook voor zelfstandige nevenactiviteiten?

      De nieuwe wet spreekt zich helaas niet uit over zelfstandige nevenactiviteiten.
      De strafbepaling van artikel 174/1 Soc. Sw. moet alleszins restrictief geïnterpreteerd worden. Het verbod van een zelfstandige nevenactiviteit is niet strafbaar.
      De civiele sancties (en ontslagbescherming) zijn evenmin van toepassing wanneer het verbod beperkt is tot een zelfstandige activiteit.
      Kunnen we concluderen dat een werkgever een zelfstandige activiteit geldig mag verbieden?
      Of moeten we concluderen dat een verbod niet geldig is en de werknemer dat mag negeren, maar dat de werkgever die het toch ‘toepast’ niet strafbaar is en, wanneer hij tot ontslag overgaat, geen bijkomende schadevergoeding riskeert?

 

Dirk Heylen, advocaat
dirk.heylen@mploy.be

3 Rechtspraak – een mislukt re-integratieverzoek

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Tongeren-Borgloon 17 november 2025
Het verzoek tot re-integratie van een ontslagen personeelsafgevaardigde moet zorgvuldig worden gedaan door de nationale interprofessionele vakorganisatie. Anders is er geen geldig verzoek en ook geen recht voor die werkneemster op de “variabele” beschermingsvergoeding. Ook de vordering tot het bekomen van een vergoeding wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging wordt afgewezen.
  1. De feiten en vorderingen

    Een vzw heeft een langlopend conflict met een werkneemster X. die lid is van de ondernemingsraad en het comité preventie en bescherming. Nadat talrijke pogingen tot remediëring niet tot het door de vzw gewenste resultaat leiden, ontslaat de vzw mevrouw X. op staande voet op 23 oktober 2023 en betaalt zij de “vaste beschermingsvergoeding” uit in toepassing van artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités.
    De secretaris van de bediendenvakbond waarbij X. was aangesloten stuurde op 17 november 2023 een aangetekende brief naar de vzw om de re-integratie van X. te vorderen. De vzw gaf geen gevolg aan dat verzoek. X. stapte vervolgens naar de rechtbank en vorderde een bijkomende beschermingsvergoeding van 23.948,93 euro. Daarnaast vorderde zij een vergoeding van 18.780,48 euro, zijnde zes maanden loon, wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging.
  2. Vordering tweede deel beschermingsvergoeding

    Een beschermde werknemer heeft naast de vaste vergoeding die afhangt van de anciënniteit en onmiddellijk bij een ontslag opeisbaar wordt, recht op “het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest”. Dat recht ontstaat enkel “wanneer de werknemer of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn re-integratie heeft aangevraagd en deze door de werkgever niet werd aanvaard binnen dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem bij een ter post aangetekende brief werd gezonden”.
    De secretaris van de bediendenvakbond vroeg op 17 november 2023 om de re-integratie van X. De vzw hield voor dat dat verzoek niet beantwoordde aan de vereisten van de wet. De bediendenvakbond is niet de “organisatie die (haar) kandidatuur heeft voorgedragen”. Bij de sociale verkiezingen kunnen immers enkel de drie nationale vakbonden ACV, ABVV en ACLVB kandidaten voordragen. (Ik laat de kaderleden even buiten beschouwing.)
    X. beriep zich op de algemene volmacht die de voorzitter van de nationale vakbond in 2019 aan de secretaris van de bediendenvakbond had gegeven. Daarin gaf hij die laatste onder meer volmacht om kandidatenlijsten in te dienen maar ook om “re-integratie aan te vragen bij einde arbeidsovereenkomst van werknemers voorgedragen als kandidaat”.
    De rechtbank laat in het midden of de nationale vakbond volmacht kan geven aan de bij haar aangesloten bediendenvakbond om een re-integratieverzoek in te dienen. Dat verzoek is om andere redenen niet conform de wet gedaan.
    • X. toont niet aan dat het verzoek uitging van de nationale vakbond zoals de wet van 1991 voorschrijft. Uit de bewoordingen van het re-integratieverzoek leidt de rechtbank af dat dat verzoek uitgaat van de bediendenvakbond en niet is gedaan namens en in opdracht van de nationale vakbond.
    • De nationale vakbond kon de beslissing om voor X. de re-integratie aan te vragen pas nemen na het ontslag. De volmacht aan de bediendenvakbond moet dus noodzakelijkerwijze dateren van ná de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een algemene machtiging vooraf komt er immers op neer dat de nationale interprofessionele vakbond de beslissing tot het indienen van een re-integratietegemoetkoming toebedeelt aan een vakorganisatie, wat in strijd is met de bewoordingen van de wet van 1991 die van openbare orde is en dus strikt moet geïnterpreteerd worden.
    Aangezien er geen geldig verzoek om re-integratie was gedaan, is de vordering tot het bekomen van het tweede “variabele” deel van de beschermingsvergoeding ongegrond.
  3. Discriminatie
    Na grondig onderzoek stelt de rechtbank vast dat de vzw tot het ontslag besloot omwille van de “communicatiestijl” van X. en het mislukken van de pogingen om aan die stijl te remediëren door bijsturingstrajecten en functieaanpassingen. X. toonde geen feiten aan die een discriminatie kunnen doen vermoeden. Haar vordering tot het bekomen van een schadevergoeding wegens discriminatie wordt dus evenzeer afgewezen.
Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot
ludo.vermeulen@mploy.be

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.