Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief 2026 – 01

29 januari 2026

1 Kantoornieuws

Mploy organiseert samen met Salar sociaal secretariaat op dinsdag 24 februari 2026 een thema-editie van het Spitsuur HR: “Tournée Minérale editie: alcohol en drugs op het werk”. U vindt hier meer info en kan er ook inschrijven.

Mr. Ludo Vermeulen geeft op 5 februari 2026 om 11.00 uur een webinar met als onderwerp “De sociale inspectie”, georganiseerd door Voka Mechelen-Kempen. U vindt hier meer info en de mogelijkheid om in te schrijven.

De Morgen publiceerde op 12 januari 2026 een opiniestuk van mr. Steven Renette over alcohol en drugs op het werk met als titel: “Wat we op de werkvloer tolereren, zouden we nooit aanvaarden in het verkeer.“

In De Juristenkrant van 29 januari 2026 verscheen een bijdrage van mr. Ludo Vermeulen: “Proceseconomie en plaatselijke costuymen: alles kan beter”.

Wet Private Opsporing

2 Rechtspraak – de private onderzoeker moet binnen de lijnen kleuren

Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen 26 december 2025

Een eerste uitspraak in hoger beroep over een onderzoek dat onderworpen is aan de Wet Private Opsporingen

De feiten. De heer L. is als technieker in dienst van nv C. die bouwt – uiteraard op diverse werven – infrastructuur voor telecom en energie. Als vakbondsafgevaardigde en lid van de ondernemingsraad is hij vrijgesteld van prestaties. De nv hanteerde een IT-systeem “Service Cruiser” waarin de werknemers en dus ook L. hun arbeidsprestaties en verplaatsingen ingeven. Voor zijn ritten van thuis naar de eerste werkpost en van de laatste werkpost naar huis kent de nv een kilometervergoeding toe berekend aan de hand van de adresgegevens die L. zelf ingeeft in het systeem.

Omdat de nv al enige tijd grote twijfels heeft over de registraties door L. en daarin inconsistenties waarneemt, geeft zij opdracht aan een privaat onderzoeker om een onderzoek te voeren. Die stelt vast dat L. inderdaad vals speelt met zijn registratie van arbeidsprestaties en verplaatsingen en nog geen klein beetje. (Eén voorbeeld uit het – nietige – onderzoeksrapport: op 13 mei 2025 noteert L. dat hij om 8:23 u on site was in Peutie terwijl hij de ganse dag niet aan het werk was en thuis bleef.) Na kennisname van het onderzoeksrapport hoort de nv de heer L. op 21 augustus over de hem verweten feiten. De nv dient vervolgens op 22 augustus 2025 een verzoek in bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank tot erkenning van een dringende reden (zie Wet 19 maart 1991, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden).

Het vonnis. De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen wijst bij vonnis van 28 oktober 2025 het verzoek tot erkenning van de dringende reden af. De rechtbank verklaart het rapport van de private onderzoeker nietig (zie verder) en stelt vast dat de dringende reden niet bewezen wordt.

Het arrest. Het arbeidshof erkent de aangevoerde feiten wel als dringende reden voor een ontslag.

In eerste orde schaart het hof zich achter het oordeel van de arbeidsrechtbank. Het stelt evenzeer de nietigheid vast van het onderzoek en het rapport van de private onderzoeker. De wet van 18 mei

2024 tot regeling van de private opsporing (WPO) – die, zoals intussen welbekend, ook van toepassing is in de relatie tussen werkgever en werknemer – regelt specifiek de observatie (zie artikel 87 e.v.). Artikel 90 bepaalt dat de observatie van een persoon “gedurende een en dezelfde opdracht of opeenvolgende opdrachten voor dezelfde opdrachtgever en hetzelfde doeleinde” minder dan vier opeenvolgende of niet-opeenvolgende dagen, verdeeld over een maand moet duren. Het hof leidt uit die tekst af “dat niet opeenvolgende dagen van observatie door een privaat onderzoeker in principe niet langer dan één maand mogen beslaan”. De private onderzoeker had 7 observaties uitgevoerd in de periode van 9 mei tot en met 7 juli 2025. Daarmee schendt hij ook artikel 81 dat de aangewende observatiemethode voorbehoudt voor de politie en andere overheidsdiensten. Krachtens artikel 101, vierde lid WPO zijn het onderzoek en het onderzoeksrapport nietig.

Anders dan de arbeidsrechtbank (en op grond van bijkomend bewijs?) oordeelt het hof dat de feiten wel bewezen zijn, zij het op een andere wijze en zonder het nietige onderzoeksverslag. De nv toonde aan dat L. in de loop van 2025 verschillende malen fictieve adressen had ingevoerd in Service Cruiser. Het hof stelt vast dat L. in de loop van 2024 en 2025 al zeer duidelijk en ondubbelzinnig in e-mails op de vingers was getikt in verband met zijn omgang met de invoer van gegevens in Service Cruiser. Daarbij werden hem bij herhaling strenge instructies gegeven. Het hof acht de feiten, nl. valse registraties en insubordinatie, bewezen en erkent die als dringende reden.

Het arrest bevat voor het overige nog interessante overwegingen.

  • De driedagentermijn begon pas te lopen op 21 augustus, datum van het horen van L., ongeacht het feit of dit verhoor bijkomende informatie opleverde.
  • De vroegere feiten kunnen – voor zover zij in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025 zijn opgenomen, wel degelijk in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de dringende reden, op voorwaarde dat de nv één of meerdere feiten met een foutief karakter bewijst waarvan zij kennis kreeg binnen een termijn van drie of minder dan drie werkdagen voorafgaand aan het voornemen tot ontslag.
  • Krachtens artikel 8.4 BW zijn alle partijen dus in casu ook de werknemer verplicht om mee te werken aan de bewijsvoering: “De vaststelling dat het verslag van de privaat onderzoeker het karakter heeft van onrechtmatig bewijs, ontslaat de heer L. niet van zijn verplichting naar best vermogen bij te dragen aan de opheldering van het geschil. Van hem kan een motivering worden verlangd omtrent de feiten waarover hij toelichting kan en dus ook moet verschaffen.”
  • Artikel 11, § 1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bepaalt: “Het volledige dossier van de eiser in hoger beroep moet bij de griffie neergelegd worden binnen drie werkdagen na verzending van het verzoekschrift.”

De eerste voorzitter van het arbeidshof had bij beschikking van 17 november 2025 de conclusie-termijnen bepaald en niet in de mogelijkheid voorzien om buiten de genoemde termijn van drie werkdagen nog stukken neer te leggen. De nv legde een tweetal stukken pas neer samen met haar conclusie in hoger beroep. Het hof gaat niet in op de vraag van L. om die stukken uit de debatten te weren. Artikel 747 Ger.W. is niet van toepassing gelet op de afwijkende regeling in het geciteerde artikel 11, § 1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Die laatste bepaling is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven en bevat ook geen andere sanctie. Deloyaal is dat – laattijdige – inbrengen van stukken ook niet aangezien L. zich in zijn laatste conclusie nog kon verweren.

Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot
ludo.vermeulen@mploy.be  

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.