Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

2021 - 10

1        Spitsuur HR - 15 maart 2022 om 07.45 u (4Wings, Westerlo)

 

Noteer alvast de datum in uw splinternieuwe agenda van 2022. Het programma maken we in januari bekend. 

 

 

 

 2         Kantoornieuws

 

Ilse Van Puyvelde verlaat Mploy. Na meer dan 26 jaar zegt zij de balie en het beroep van advocaat vaarwel. Zij gaat vanaf januari 2022 aan de slag als senior consultant bij Co-Prev, de overkoepelende organisatie van alle Belgische Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk. Wij willen haar graag bedanken voor haar enthousiasme, gedrevenheid en inzet de voorbije jaren en wensen haar veel succes in haar nieuwe loopbaan.

 

 

 

3          Rechtspraak - “The postman always rings twice.” 
            En de controlearts… ?

 

Arbeidsrechtbank Antwerpen (afdeling Tongeren)  21 december 2020, niet uitgegeven
 
Een werknemer meldt zich op 19 september 2018 telefonisch ziek en verstuurt diezelfde dag een doktersattest.
 
Diezelfde dag gelast de werkgever een controlearts om de bediende te onderwerpen aan een medische controle. In het arbeidsreglement is bepaald dat de arbeidsongeschikte werknemer de eerste drie dagen van zijn ziekteperiode tussen 13 en 17 uur thuis “beschikbaar” moet zijn voor een controle. “Beschikbaar zijn” is ook de omschrijving die de wet geeft aan de verplichting van de werknemer (art. 31, § 3 Arbeidsovereenkomstenwet).
 
De controlearts gaat ter plaatse maar stoot op een afgesloten tuinpoortje en geraakt zo niet tot aan de woonst van de werknemer. Hij laat een bericht achter in de brievenbus met de boodschap dat hij de werknemer omwille van zijn afwezigheid niet heeft kunnen controleren.
 
Diezelfde avond ontvangt de controlearts een telefoontje van de werknemer die beweert dat hij op het ogenblik van de controle wel degelijk thuis was. De controlearts stelt dat hij dit niet heeft kunnen vaststellen omdat hij niet voorbij het tuinpoortje was geraakt.  
 
De werkgever is van oordeel dat de werknemer zich oncontroleerbaar heeft opgesteld en weigert het gewaarborgd loon te betalen.
 
De werknemer is het daar niet mee eens en trekt naar de arbeidsrechtbank.
 
De arbeidsrechtbank willigt de vordering van de werknemer in.  De rechtbank struikelt met name over de verklaring dat de werknemer tijdens de afgelegde controlebezoek afwezig zou zijn geweest. Deze  conclusie is overhaast getrokken: de controlearts was immers niet verder dan het afgesloten tuinpoortje geraakt alvorens rechtsomkeer te maken. Volgens de werknemer was het tuinpoortje echter niet afgesloten en volstond het om dit te openen om zich zo tot aan de voordeur te kunnen begeven.  De werknemer bracht in de loop van de procedure verder nog een aantal schriftelijke verklaringen bij van getuigen die bevestigden dat hij die namiddag thuis was geweest.
 
Om ontslagen te worden van zijn verplichting om gewaarborgd loon te betalen, moet de werkgever kunnen bewijzen dat de werknemer de controleprocedure heeft belemmerd. Dat bewijs werd in deze zaak niet geleverd.  De werkgever werd veroordeeld tot de betaling van het gewaarborgd loon.
 
De vraag rijst wat de uitkomst van de zaak zou zijn geweest indien de controlearts geen melding had gemaakt van de “afwezigheid” van de werknemer maar van een “onbeschikbaarheid” (de terminologie die in artikel 31 §3 van de Arbeidsovereenkomstenwet wordt gehanteerd). Van iemand die zich beschikbaar moet houden, mag toch verwacht worden dat hij de drempels die tot zijn onbeschikbaarheid zouden kunnen doen besluiten, zelf zo veel als mogelijk uit de weg ruimt. 
 
Steven Renette, advocaat – vennoot
steven.renette@mploy.be

 

 

 

4          Rechtspraak  -  aanvullende kinderbijslag

 

Arbeidshof Brussel 1 april 2021, www.terralaboris.be
 
Een aanvullende kinderbijslag, onderdeel van een cafetariaplan en gelijk aan de wettelijke kinderbijslag, is vrij van socialezekerheidsbijdragen, ook wanneer die niet aan alle werknemers van dezelfde categorie wordt toegekend.
 
De vennootschap S. voert voor sommige werknemers een cafetariaplan in. In het kader daarvan kent zij aan 6 werknemers een maandelijks bedrag toe als “aanvullling bij de wettelijke kinderbijslag”. Die vergoeding is gelijk aan de maandelijkse kinderbijslag die die werknemers al ontvangen.
 
Na een bezoek van haar inspecteurs aan S. laat de RSZ weten dat de vergoeding het bedrag van 50 euro per maand per kind niet mag overschrijden, anders verliest die vergoeding zijn karakter van aanvulling bij een socialezekerheidsvoordeel. “Als dat bedrag wordt overschreden, moet het ganse bedrag worden beschouwd als loon dat onderworpen is aan de berekening van socialezekerheids­bijdragen”. Bovendien, zo stelt de RSZ vast in zijn brief, was het niet de bedoeling van S. om de gezinsbijslagen aan te vullen, aangezien de vergoeding niet werd toegekend aan alle werknemers.
 
Het arbeidshof geeft de RSZ ongelijk. Het verwijst in de eerste plaats naar de wet. Die bepaalt dat niet onder het loonbegrip vallen (en dus vrij zijn van bijdragen) “vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever betaald die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid”.
 
Vervolgens verwijst het hof naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie. Dat Hof heeft geoordeeld dat het gaat om de vergoedingen ter compensatie van het verlies van arbeidsinkomsten of van de toename van de uitgaven door de totstandkoming van een van de risico's die door de verschillende takken van de sociale zekerheid gedekt zijn, ook als de toekenning daarvan afhankelijk is van voorwaarden die geen betrekking hebben op die risico's (Cass. 15 februari 2016). Met “die risico’s” zijn werkloosheid, ouderdom, kinderrijkdom, arbeidsongeschiktheid en ziektekosten bedoeld. Dat de werkgever niet aan alle werknemers een aanvullende vergoeding betaalt, en dus eventueel discrimineert, neemt niet weg dat die vergoeding geen loon is en dus vrij is van bijdragen (ibidem). (Artikel 45 RSZ-wet bepaalt dat een werkgever bij het toekennen van een aanvullende socialezekerheidsvergoeding niet mag discrimineren tussen werknemers die tot eenzelfde categorie behoren.)
 
Het arbeidshof stelt vervolgens vast dat het bedrag van de aanvullende vergoeding niet onredelijk of overdreven is.  Vermits vaststaat dat de vergoeding een aanvullend karakter heeft, is het verder zonder belang dat die aanvullende kinderbijslag onderdeel is van een cafetariaplan. Zolang er geen afbreuk wordt gedaan aan dwingende wetsbepalingen mogen partijen een deel van het loon vervangen door een (para-)fiscaal interessanter loonvoordeel.
 
De uitspraak van het arbeidshof te Brussel is allesbehalve innoverend. Ik schreef in 2016 al dat de volgehouden houding van de RSZ in deze kwestie, die ingaat tegen vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie, nefast is voor de rechtszekerheid en ongepast in een rechtsstaat. (L. Vermeulen, “Toepassingsgebied en bijdrageregeling sociale zekerheid voor werknemers”, in J. Put en Y. Stevens (eds.), Ontwikkelingen van de sociale zekerheid 2011-2016, Brugge, die Keure, 2016, p. 83 – 180)

 

Ludo Vermeulen, advocaat – vennoot
ludo.vermeulen@mploy.be
 
 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op

 

 

Webinars