Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 18

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2018-2

1. Opleiding internationale tewerkstelling, detacheringsfraude en (sociale inspectie bij) sociale dumping - 26 april 2018

 

SD Worx en Xerius organiseren op 26 april 2018 een opleiding betreffende aandachtspunten en valkuilen bij internationale tewerkstelling, detachering van personeel en (sociale inspectie) bij gevallen van sociale dumping. Geert Michiels put uit eigen (praktijk)ervaringen en maakt de deelnemers wegwijs. Meer info volgt in de nieuwsbrief van maart.

 

 

2. Spitsuur HR - 13 maart 2018 - Westerlo - 4Wings

 

U vindt het programma op www.spitsuurhr.be.  Daar kan u ook inschrijven.

 

 

3. Rechtspraak

 

3.1 Hoorplicht voor de overheidswerkgever

 

Een vast benoemd ambtenaar bij de overheid heeft het recht om gehoord te worden. Dat recht houdt in dat het personeelslid dat wegens een negatieve beoordeling van zijn gedrag een ernstige maatregel dreigt te ondergaan, daarvan vooraf op de hoogte wordt gebracht en zijn opmerkingen kan doen gelden.

 

Het Hof van Cassatie oordeelde in een arrest van 12 oktober 2015 dat een werkgever – overheid niet verplicht is om een contractueel werknemer te horen alvorens hem te ontslaan. Aan die regeling, zegt het Hof, “kan geen afbreuk worden gedaan op grond van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur”. Die kwestie zorgde al jaren voor principiële onenigheid in rechtspraak en rechtsleer.

 

Het Grondwettelijk Hof oordeelt in een arrest van 22 februari 2018 dat die interpretatie van de wet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel en dus met de Grondwet. Er is aldus het Hof, geen redelijke verantwoording voor het verschil in behandeling tussen statutairen en contractuelen.

 

Het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof zijn het dus blijkbaar niet eens. De voorzichtige werkgever in de publieke sector zal er toch goed aan doen de hoorplicht na te leven ook voor zijn contractuelen.

 

Het is trouwens in het algemeen zo dat volgens vaste rechtspraak, ook van het Hof van Cassatie, de werkgever de werknemer eerst mag horen over de hem ten laste gelegde fouten alvorens te ontslaan. De driedagentermijn voor het ontslag neemt dan pas een aanvang na dat horen, ongeacht het resultaat ervan (zie onder meer Cass. 14 oktober 1996).

 

 

3.2 Volgsystemen in bedrijfswagens

 

De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout oordeelt in een vonnis van 12 februari 2018 dat een werkgever de gegevens van het track&trace-systeem in de bedrijfswagen van een handelsvertegenwoordiger wel degelijk mag gebruiken. De werknemer was immers van dat systeem en de bedoeling ervan op de hoogte gesteld. De werkgever mocht de opgeslagen gegevens dan ook gebruiken om aan te tonen dat de rapporten van de vertegenwoordiger onjuist waren.

 

 

3.3 Ontslag om dringende reden – arbeidsongeschiktheid – andere activiteit

 

We vergelijken twee uitspraken die telkens gaan over een ontslag om dringende reden van een werknemer die tijdens een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid elders aan het werk is. De rechter komt in het eerste geval tot de conclusie dat het ontslag terecht is gegeven. In het tweede, toch grotendeels vergelijkbare geval, besluit hij tot een onterecht ontslag.

 

Arbh. Bergen 20 oktober 2017, www.terralaboris.be

 

Een werkneemster die tijdens een afwezigheid op het werk wegens arbeidsongeschiktheid een stageles voorbereidt en geeft, bewijst daardoor in de omstandigheden eigen aan de zaak dat zij niet arbeidsongeschikt is.

 

Mevrouw D.C. werkt als analiste voor de nv Quality Assistance vanaf 2000. Zij meldt zich geregeld ziek en dat doet zij ook voor de periode van 4 tot 14 februari 2014. Op 10 februari 2014 is zij in het kader van een opleidingsstage aan het werk bij een vzw L’Heureux Abri. Op die datum ontslaat de werkgever D.C. om een dringende reden. De werkgever is van mening dat de activiteit op 10 februari aantoont dat de beweerde arbeidsongeschiktheid onbestaande is en dat D.C. die valselijk heeft voorgewend om niet te moeten komen werken.

 

D.C. eist een opzegvergoeding. Zij houdt voor dat zij leed aan een burn-out en dat die veroorzaakt was door de nefaste sfeer op het werk. Haar arts achtte het daarom aangewezen dat zij niet ging werken. De stageactiviteit die 5 uur duurde is dan ook niet incompatibel met de arbeidsongeschikt­heid.

 

Het hof volgt haar standpunt niet. In zeer uitvoerige overwegingen stelt het hof in essentie vast dat er twijfels zijn over de precieze oorzaak van de beweerde arbeidsongeschiktheid van D.C.. Het ging immers telkens om enkele korte afwezigheidsperiodes. Volgens het hof spoort dat niet met de ken­mer­ken van een burn-out, zijnde constante vermoeidheid, geheugen- en concentratiestoornissen, slapeloosheid, spierpijnen, enzovoort. Het hof stelt vervolgens vast dat D.C. in het kader van haar stage een les van 5 uur moest geven op 10 februari 2014 en dat zij die les ook moest voorbereiden. Dat zorgt voor stress en impliceert vele uren van voorbereiding en concentratie. Dat brengt het hof tot de conclusie dat, indien de arbeidsongeschiktheid D.C. verhinderde om haar werk voor Quality Assistance te doen, diezelfde arbeidsongeschiktheid haar ook zou verhinderen om de stageverplich­tingen na te komen. Anders gezegd, D.C. wendde onterecht een arbeidsongeschiktheid voor om niet te komen werken. Zij werd terecht om een dringende reden ontslagen.

 

Arbh. Brussel 23 mei 2017, www.juridat.be

 

Een apothekersassistent die tijdens een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid voor een opleiding een dag actief is  in een andere apotheek begaat geen fout. De werkgever die hem ontslaat om een dringende reden is een opzegvergoeding verschuldigd.

 

B.M. treedt begin 2011 als voltijds apothekersassistent in dienst bij de Pharmacie Spitaels bvba in Elsene. Hij werkt wel op zaterdag maar niet op donderdag. Vanaf begin 2012 volgt hij – met medeweten van zijn werkgever - een opleiding als bandagist bij de apotheek "Bandagisterie du Cinquantenaire" in Brussel. Die opleiding wordt gegeven op donderdag en duurt telkens van 9 u tot 13 u en van 14 u tot 19 u.

 

Op 15 januari 2013 meldt hij zich ziek. Het attest vermeldt een ziekteperiode vanaf 15 januari tot en met 31 januari 2013 wegens een angstdepressie (“anxio-dépression”).

 

De bvba ontslaat B.M. op 1 februari 2013 wegens een dringende reden. Zij verwijt hem met name dat hij op 24 en 31 januari 2013 aan het werk was in de “Bandagisterie”. De zaakvoerder van de bvba had foto’s genomen van B.M. terwijl hij in de apotheek zelf aanwezig was.

 

B.M. vordert een opzegvergoeding. De arbeidsrechtbank wijst die vordering af. Hij gaat in hoger beroep. Het arbeidshof verklaart zijn vordering wel gegrond. Het hof acht het niet bewezen dat hij op 24 januari 2013 aan het werk was. In zijn activiteit op 31 januari ziet het hof geen graten. Zijn aanwezigheid van ’s ochtends tot minstens 15 u in een apotheek waar hij een beroepsstage volgde gedurende slechts één dag per week is volgens het hof niet onverenigbaar met de arbeidsongeschikt­heid. Rekening houdend met de aard van zijn anxio-depressieve aandoening kon de voortzetting van de stage, die hem in een beroepsmatig project handhaafde, zelfs de werkhervatting bevorderen.

 

 

Zo ziet men dat twee vrij gelijkaardige situaties tot twee totaal tegenovergestelde uitspraken leiden. Ik maak mij dan de bedenking dat het hof te Brussel ook de overweging had kunnen maken dat B.M. zich ook “in een beroepsmatig project”, bevorderlijk voor zijn werkhervatting, kon begeven door  gewoon terug aan het werk te gaan bij zijn werkgever.

 

 

Ludo Vermeulen

ludo.vermeulen@vermeulen-law.be

 

 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op