Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 18

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2017-1

1. Kantoornieuws

 

We wensen al onze lezers een gezond en voorspoedig 2017.

 

En noteer het volgende Spitsuur HR op 7 maart 2017 al in uw agenda. We zullen alweer zeer veel te vertellen hebben.

 

 

2. Nieuwe regels

 

Een greep uit de nieuwe regels waarmee we rekening zullen moeten houden in dit nieuwe jaar. We treden niet in detail want dan wordt deze brief veel te lang.

 

  • Tot eind 2016 moest de werkgever 17 % van het voordeel alle aard privégebruik bedrijfswagen boeken als verworpen uitgave. Dat wordt vanaf 2017 40 % indien de werkgever de kosten voor de brandstof geheel of gedeeltelijk te zijnen laste neemt. De persoonlijke bijdrage van de werknemer wordt ook niet meer afgetrokken voor de berekening van die 40 %.
     
  • De regels over het einde van de arbeidsovereenkomst bij een blijvende arbeidsongeschiktheid van de werknemer wijzigen drastisch. De partijen  zullen in dergelijk geval pas de overmacht kunnen inroepen om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst nadat de werknemer een re-integratietraject heeft gevolgd. We verwijzen naar onze vorige nieuwsbrief. De regeling rond het re-integratietraject bevat een aantal nieuwe rechten en verplichtingen voor werknemer en werkgever. Zo zal zowel de werknemer als de werkgever (die laatste na 4 maanden afwezigheid wegens ziekte) naar de arbeidsgeneesheer kunnen stappen om een begeleiding naar werkhervatting op maat te realiseren.
     
  • Vanaf 1 februari 2017 zouden de regels rond arbeidsduur, overuren, deeltijdse arbeid meer flexibiliteit toelaten. Maar het parlement moet die nieuwe regels nog goedkeuren. We komen er op terug.
     
  • Voortaan kunnen studenten per jaar 475 uren in plaats van 50 dagen genieten van een goedkoop RSZ-tarief (“solidariteitsbijdrage”).
     
  • Vanaf 1 januari 2017 wordt de aanwerving van de derde tot zesde werknemer nog aantrekkelijker door een vermindering tot 11.250 euro van de RSZ-bijdragen.
     
  • De RSZ dagvaardt de werkgever in de regel niet meer voor het invorderen van een (betwisten of onbetwiste) RSZ-schuld. Hij werkt thans met een dwangbevel. De werkgever die niet akkoord gaat met de vordering, heeft maar 15 dagen de tijd om verzet aan te tekenen en de RSZ te dagvaarden voor de arbeidsrechtbank. Die termijn van 15 dagen begint te lopen de dag dat de gerechtsdeurwaarder het dwangbevel betekent.
     

 

3. Rechtspraak

 

3.1 Ontslag dringende reden

 

Arbeidshof Luik, afdeling Namen 22 maart 2016

 

Een werkgever zal altijd moeten controleren of de niet-gerechtvaardigde afwezigheid van zijn werknemer niet het gevolg is van een voorlopige hechtenis alvorens een ontslag om dringende reden te geven.

 

Dat is de logische conclusie die we moeten trekken uit de uitspraak van het arbeidshof. Wanneer een werknemer in voorlopige hechtenis wordt genomen, heeft dat automatisch de schorsing van de arbeidsovereenkomst tot gevolg zonder dat de werknemer de werkgever daarvan hoeft te verwittigen. Indien de werkgever de werknemer ontslaat wegens dringende reden omwille van de ongerechtvaardigde afwezigheid, is dat ontslag altijd onrechtmatig, dus ook als de werkgever niet wist dat de werknemer in het kader van een strafonderzoek in de gevangenis zat.

 

 

3.2 Zwaarlijvigheid – handicap - discriminatie

 

Arbeidsrechtbank Luik 20 juni 2016

 

De rechtbank veroordeelt een rijschool tot betaling van een schadevergoeding van bijna 10.000 euro aan een zeer zwaarlijvige kandidaat-rijinstructeur. De rijschool had zijn sollicitatie afgewezen omwille van zijn obesitas. Dat vormt een discriminatie op grond van een handicap oordeelt de rechtbank.

 

 

3.3 Terugvordering onverschuldigde betaling

 

Cass. 10 oktober 2016, S.14.0061.N

 

De werkgever die (wellicht per vergissing) onverschuldigd loon heeft betaald aan een werknemer, heeft tien jaar de tijd om dat terug te vorderen. Daarna is zijn vordering verjaard. Het maakt daarbij geen verschil of de werknemer nog in dienst is of niet.

 

Volgens de wet op de arbeidsovereenkomsten verjaren vorderingen die uit de arbeidsovereenkomst ontstaan 5 jaar na het het feit waaruit de vordering is ontstaan, zonder dat die termijn één jaar na het eindigen van die overeenkomst mag overschrijden. In de praktijk betekent dit dat vorderingen (bv. tot betaling van een opzegvergoeding) die niet zijn ingesteld binnen het jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst, verjaard zijn.

Het was onduidelijk of die verjaringstermijn ook geldt voor de vordering van de werkgever die iets onverschuldigd had betaald aan de werknemer. Moet zo’n vordering beschouwd worden als een vordering die steunt op de arbeidsovereenkomst, zodat dan de verjaringstermijn van een jaar geldt?  Neen, antwoordde het Hof van Cassatie. Als het gaat om een terugvordering, is dat geen vordering die steunt op de arbeidsovereenkomst. De algemene verjaringstermijn van tien jaar geldt dan (en dat ongeacht of de arbeidsovereenkomst beëindigd is).

Eerder dit jaar had het Hof van Cassatie (in een arrest van 9 mei 2016) hetzelfde standpunt ingenomen m.b.t. een handelsagentuur, en geoordeeld dat de terugvordering door de opdrachtgever van onterecht uitbetaalde commissielonen niet voortvloeit uit uit de agentuurovereenkomst maar wel uit de algemene regels over de onverschuldigde betaling. Ook daar geldt de algemene verjaringstermijn van 10 jaar.

Er kan natuurlijk soms wel de discussie bestaan over de vraag of een betaling wel onverschuldigd is, m.a.w. te wijten is aan een vergissing, dan wel bv. een loonsverhoging of een eenzijdig toegekend voordeel inhoudt. Maar dat is een andere vraag.

 

 

Ludo Vermeulen

ludo.vermeulen@vermeulen-law.be

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op